Volg het geld 2

 

 

Tienden naar de voorraadschuur

Dit was voorheen gemakkelijk. Opgroeiend is ons geleerd dat 10% van alles dat we krijgen aan God toebehoort. We zij Hem dat schuldig, dat heet “tienden” geven.

Deze “tienden” geven we aan de lokale kerkgroep die we bezoeken. De verantwoordelijken waren vrij om het geld te gebruiken voor de behoeften in de kerkgroep, een gebouw, salaris programma’s en om mensen in nood te helpen. We hebben geen vrijheid om het te geven waar wij denken dat God ons leid. Als we ergens anders aan willen geven is dat bovenop de “tienden”. Dat is “tienden naar de voorraadschuur”.

Om eerlijk te zijn heb ik niet ten volle de bijbelse lijnen aangehouden om te deze conclusie te komen. Abraham gaf een “tiende” als een gebaar van dankbaarheid aan God, toen er nog geen wet was gegeven.

In het nieuwe testament over de “tienden” die gegeven werden in de eerste gemeenten. Het wordt nergens aangemoedigd en toch waren ze zeer vrijgevend.

Vele jaren hebben we dit gemist, verblind door de behoefte voor het betalen van de gebouwen, salarissen en programma’s van de instituten die we dienden. Zonder toegewijde tiendengevers konden we eenvoudigweg niet die dingen financieren waarvan wij dachten dat ze belangrijk waren. Het is heel gemakkelijk om oudtestamentische teksten op te zoeken ter onderbouwing van onze gedachten.
Een andere manier van geven

Mijn conclusie is iets anders. Nee. Ik geloof niet dat “tienden” geven verkeert is, ik kijk er nu naar zoals ik alles van het oude testament bekijk.

Het is slechts een afschaduwing van iets dat veel mooier is en wat God wil laten zien in Jezus. En, zoals het is bij iedere oudtestamentische afschaduwing, als je de echte manier van geven ontdekt, zie je ook dat “tienden” geven een goedkope plaatsvervanger is.

“Je bedoelt dat we geen “tienden” hoeven te geven?” Dat is een goede vraag, want het opent de motivatie voor het geven van “tienden” Is het als een rekening, een verplichting die we aan God verschuldigd zijn. Als we betaald hebben kunnen we doen wat we willen met de overige 90%. Het niet geven, om de woorden van Maleachi te gebruiken, is stelen van God wat hem toebehoort.
Het nieuwe testament laat een ander plaatje zien.

Jezus heeft zijn volgelingen nooit geleerd dat ze tienden moeten geven. Alhoewel geven een constant thema is in handelingen en de brieven, wordt het geven van “tienden” nooit genoemd. In plaats daarvan zien we iets heel anders. Gelovigen geven niet omdat ze “moeten” maar omdat ze zelf “willen”.
Als je leeft in relatie met de Levende God, wordt je zo gevormd en gezegend door Zijn vrijgevendheid, dat je reageert op anderen met dezelfde vrijgevigheid.

Toe Petrus Ananias aansprak over dat hij gelogen had over het geld dat hij gegeven had, maakte hij het duidelijk dat de kerk op geen enkele manier aanspraak maakt op het geld.

“Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde?” (Hand 5:4)

Toen Paulus geld ophaalde voor de gelovigen in Jeruzalem, maakte hij duidelijk dat het geen gebod was, maar een mogelijkheid.

“Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.” (2Cor 9:7)

Geven omdat het moet is eigenlijk helemaal geen geven. Het is slechts voldoen aan een verplichting en verre van wat God in gedachten heeft.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s